đ¯ Doel van het spel
Doel van de spelkaarten is om deelnemers na te laten denken over concrete manieren waarop zij iets 'anders' kunnen doen in hun onderwijspraktijk. De spelkaarten nodigen uit om een actie te concretiseren met elkaar en de uitvoering hiervan zo concreet mogelijk te maken â en daar na afloop op te reflecteren. De acties zijn bedoeld om te oefenen met een van de kwaliteiten van een 'superagent'.
đĻ Wat heb je nodig?
- â Een groep van tussen de 4 en 6 spelers
- â Spelkaarten (de vijf agenten-pagina's)
- â Actiekaarten (de 12 acties per agent)
- â Hulpkaarten met verdiepende vragen
- â Beschrijvingen van de superhelden
âī¸ Voorbereiding
- â Leg de actiekaarten blind op tafel. Maak vijf stapels â ÊÊn per superheld.
- â Leg de hulpkaarten klaar.
- â Spreek af hoe lang het spel duurt of hoe vaak elke speler aan de beurt komt.
- â Degene die het langst werkzaam is in deze groep mag beginnen.
Je speelt drie rondes
1 Opwarmronde
Je hoeft de actie in deze ronde niet uit te voeren â het gaat om kennismaking met de superhelden.
Elke speler leest om de beurt een beschrijving van een superheld voor en bedenkt hier zelf een actie bij.
Elke speler kiest een superheld die hem aanspreekt, leest de beschrijving voor en trekt een actiekaart.
Elke speler kiest voor een andere speler een 'gepaste' superheld. Lees de beschrijving voor en trek een actiekaart.
Elke speler doet in een pitch van 1 minuut verslag van zijn uitgevoerde actie van de vorige keer.
2 Speelronde
Kies zelf een superheld en trek een actiekaart.
De speler die aan de beurt is, ontvangt een actiekaart van de andere spelers.
Als je een actiekaart hebt getrokken, lees je de kaart hardop voor. Maak de actie concreet. Noteer je actie.
- â Wat kan je vandaag of deze week uitvoeren? Wat moet je inplannen?
- â Met wie moet je hier afspraken over maken?
- â Op welke termijn is de actie afgerond?
- â Vind je de actie niet passend? Trek dan een andere actiekaart.
De andere spelers stellen verdiepende vragen. Maak gebruik van de hulpkaarten 'Actie concretiseren' en 'Reflectie voor actie'.
3 Slotronde
- â Heb je een actie van een ander gehoord waar je zelf ook enthousiast van wordt?
- â Geef met een cijfer aan hoe groot je de kans acht dat je deze actie ook daadwerkelijk gaat uitvoeren en licht je antwoord toe.
- â Maak een vervolgafspraak waarin jullie de ervaringen met de uitgevoerde acties delen.
đĄ Tips
- â Maak een appgroep aan en plaats binnen 2â3 weken een foto van je actie!
- â Zit je als team midden in een onderwijsvernieuwing? Probeer de acties dan daarop te richten.
- â Wil je als team meer verbinding met elkaar? Kijk dan of je de acties samen met een collega kan uitvoeren.
N.B. Waar "studenten" staat, kan ook "leerlingen" gelezen worden.